Nederlandse Kastelenstichting - kenniscentrum voor kasteel en buitenplaatsNederlandse Kastelenstichting - kenniscentrum voor kasteel en buitenplaatsNederlandse Kastelenstichting - kenniscentrum voor kasteel en buitenplaats

Jaap Renaud

(1911 - 2007), de eerste buitengewoon Hoogleraar aan de NKS-leerstoel Kasteelkunde

’In Memoriam Professor Dr. J.G.N. Renaud’, door J.M.M. Wielinga :


Op 25 april 2007 overleed, na een heel kort ziekbed, de eerste bijzonder hoogleraar kastelenkunde namens de NKS, professor dr. Jaap Renaud op de leeftijd van 96 jaar. 


Jaap Renaud was bij leven al een legende. Hij is er in geslaagd Kastelenkunde in ... lees meer

’In Memoriam Professor Dr. J.G.N. Renaud’, door J.M.M. Wielinga :


Op 25 april 2007 overleed, na een heel kort ziekbed, de eerste bijzonder hoogleraar kastelenkunde namens de NKS, professor dr. Jaap Renaud op de leeftijd van 96 jaar. 


Jaap Renaud was bij leven al een legende. Hij is er in geslaagd Kastelenkunde in combinatie met Materiële Cultuur tot een volwaardige en geaccepteerde wetenschap te maken. 


Geboren op 20 februari 1911 te Voorburg was hij al heel vroeg geboeid door geschiedenis en door kastelen. Beroemd onder zijn studenten waren bijvoorbeeld zijn anekdotes over hoe hij als klein jongetje uit sigarenkistjes kasteeltjes bouwde. Die hij overigens zijn leven lang heeft bewaard en nu deel uitmaken van zijn nalatenschap. Zijn eerste kennismaking met De Binckhorst bij Voorburg in zijn kinderjaren was het begin van een levenslange liefde voor dit huis. 


Als zoon van een huisschilder liet hij al vroeg zien meer geïnteresseerd te zijn in historie dan in het schildersvak. Een universitaire studie in die richting zat er in die tijd niet in en dus ging Jaap naar de kweekschool. Eenmaal hoofdonderwijzer (1934) geworden werd hij geïnspecteerd tijdens een les, waarna de inspecteur hem toevoegde dat het onderwijzen van kleine kinderen waarschijnlijk niet helemaal zijn vak zou zijn. Daarop begaf Jaap Renaud zich meer en meer in de richting van de studie geschiedenis, vooral die van de middeleeuwen en interesseerde zich vooral in kastelen. De leemte in zijn kennis over de middeleeuwen werd gevuld door dr. N.B.Tenhaeff, zelf leerling van prof. dr. O.A.Oppermann, de stichter van het Instituut voor Middeleeuwse Geschiedenis in Utrecht. Die interesse leidde ertoe dat hij in 1941 via omwegen als arbeidscontractant bij de Rijksdienst Monumentenzorg na de demobilisatie werd aangenomen. In 1950 kwam hij in dienst bij de toen opgerichte ROB.


Halverwege de jaren ’50 kwam het contact tussen Jaap Renaud en de in 1945 opgerichte Nederlandse Kastelenstichting zichtbaar tot stand, omdat hij toetrad als lid van de Raad van Beheer van de stichting. Hij heeft die functie vele jaren bekleed. Inmiddels had hij als kastelendeskundige, zowel op historisch als op archeologisch gebied al naam gemaakt en was een van de eersten (zo niet de eerste) die in Nederland het begrip materiële cultuur inhoud gaf. Het kasteel moest men, zo meende hij, niet alleen bouwhistorisch en historisch benaderen maar ook vanuit de leefomstandigheden van de vroegere bewoners. Het kasteel en zijn materiële cultuur hoorden bij elkaar. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de leerstoel Kastelenkunde, ingesteld door de Nederlandse Kastelenstichting, als eerste bijzondere lector door Jaap Renaud werd bezet. Opvallend was de veelzijdige benadering van het kasteel tijdens zijn colleges, voordrachten en causerieën. Daarbij bracht hij vele disciplines in. Hij liet zien hoe het kasteel voorkwam in de muziek, in de letterkunde, in archiefstukken, in de bodemvondsten. Hij was daarin onuitputtelijk. Tijdens zijn colleges lardeerde hij de ernstige onderdelen met allerlei anekdotes en verhalen. Telkens weer bleek zijn enorme geheugen voor feiten, jaartallen en personen. Hij had een baanbrekende visie op het begrip kasteel. Zijn behandeling van het onderwerp was niet altijd even diepgravend, maar hij gaf het kasteel wel weer in zijn brede kader. 


Heel bekwaam en enthousiasmerend was Jaap Renaud ook in de omgang met de in kastelen geïnteresseerde jeugd. Daar kon hij zijn opleiding tot onderwijzer ook goed gebruiken. De Nederlandse Jeugdbond voor de Geschiedenis (opgericht in 1958) organiseerde opgravingskampen, die vele jaren lang door Jaap Renaud werden geleid. Met succes. Menigeen die nu in de archeologie en/of geschiedenis werkzaam is zal zijn keuze voor dit vak kunnen herleiden tot die kampen. Renaud werd hierin altijd trouw terzijde gestaan onder andere door zijn echtgenote Hanna. 


Maar zijn aandacht ging niet alleen uit naar het Nederlandse kasteel. Die aandacht reikte tot ver over de grenzen. Daardoor werd hij een van de initiatiefnemers van het internationale Collôque Château Gaillard dat in 1962 voor de eerste maal bijeenkwam en nog steeds om de twee jaar een week lang archeologen en historici uit geheel Europa de kans geeft hun onderzoek aan vakbroeders te presenteren. Verdiend kreeg Renaud in 1963 voor al zijn werk op het gebied van de kastelenkunde en archeologie vanuit de universiteit van Caen (Frankrijk) een eredoctoraat. 


Voor de NKS was hij het boegbeeld, als bijzonder lector, later bijzonder hoogleraar, maar ook als de schepper van het snel enorm gewaardeerde Castellogica. Dit losbladig wetenschappelijk werk, dat verscheen van 1981 tot 2000, werd onder zijn hoofdredactieschap voor veel historici en archeologen hèt medium om te publiceren en om kennis op te doen. Hij schreef er zelf ook in, verzamelde onderzoek van jonge onderzoekers, stimuleerde hen om te publiceren en vormde zo een enthousiaste kring van kundige wetenschappers en amateurs. Kastelenkunde (al snel leerstoel Materiële Cultuur der Middeleeuwen in het bijzonder kastelen geheten) was niet zijn enige onderwijstaak. Vanaf 1971 gaf hij aan de Technische Hogeschool van Delft als gastdocent van de afdeling Restauratie les aan aankomende architecten. Ook hier bleek zijn veelzijdigheid die in dit puur technische klimaat de nodige kennis van geschiedenis, archeologie en bronnenonderzoek een goede inbreng was. Zo ontstond in combinatie met de Universiteit Utrecht een heuse School Renaud. 


Ook toen hij eerst in Utrecht en later in Delft halverwege de jaren ’80 vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (de ROB had hij daarom al in 1976 verlaten) geen colleges meer gaf, bleef hij zijn studenten volgen. Tot op hoge leeftijd stuurde hij hen brieven, kaarten, telefoneerde hen en dat was wederzijds. Toen hij zelf niet meer zo veel door het land reisde, zocht men hem des te meer op Tot op het laatst kon men met vragen over kastelen bij hem terecht. Uit de grote hoeveelheid dossiers en boeken die hij gedurende zijn leven had bijeengebracht, wist hij binnen korte tijd de juiste gegevens op te diepen. Dat hij de leeftijd der zeer sterken mocht bereiken schreef hij zelf toe aan het sterke geslacht waar hij uit voortkwam. Zijn enorme gedrevenheid en belangstelling voor vele dingen zullen daaraan zeker hebben meegewerkt. 


Pas het laatste half jaar werd het duidelijk dat 96 jaar wel heel oud is. Zijn ogen, maar vooral dat ijzersterke geheugen werden minder. Hij heeft dat als bijzonder hinderlijk ervaren. De laatste twee weken voor zijn overlijden liet ook zijn lichaam het steeds meer afweten. 


Aan een lang en arbeidzaam leven vol met kennis vergaren en overdragen is op 25 april 2007 een einde gekomen. De kastelenwereld in Nederland en daarbuiten heeft aan Jaap Renaud heel veel te danken. Hij laat een grote lege plek achter. 


J.M.M. Wielinga, 2007

×

NKS | Klooster OLV Ter Eem | Daam Fockemalaan 22, 3818 KG Amersfoort | T 033 51 00 577 | E | KvK nr.: 41149488